De aandacht voor arbeidsveiligheid tijdens de op- en afbouw van evenementen neemt duidelijk toe. Aan de vraag of elk evenement een tijdelijke of mobiele bouwplaats (TMB) is werden eerdere nieuwsberichten besteed, waarin werd toegelicht dat de aard van de werken en de bijhorende risico’s bepalend zijn. Indien van toepassing dient de organisator die opdracht geeft om podia, tribunes, decor-, stelling- of truss-constructies e.d. te bouwen, een veiligheidscoördinator aan te stellen.
Wat met beurzen en exposities?
Bij het organiseren van beurzen en exposities ligt de coördinatieplicht en aansprakelijkheid vaak complexer en moet worden gekeken naar de organisatiestructuur. Het is duidelijk dat bij de tewerkstelling van diverse partijen op eenzelfde arbeidsplaats de welzijnswet (4 augustus 1996) van toepassing is. Maar voor specifieke werksituaties gelden diverse bepalingen uit de Codex:
- Hoofdstuk III: gelijktijdig werken op eenzelfde of naburige arbeidsplaats, ongeacht het statuut, werknemer of zelfstandige, met of zonder onderlinge contractuele band;
- Hoofdstuk IV: werken met derden, t.t.z. werkers van buitenaf die in de inrichting komen werken, gelijktijdig met de eigen werknemers daar tewerkgesteld;
- Hoofdstuk V: TMB, toepassing bepaald door de aard van de werkzaamheden en wanneer meerdere uitvoerders/aannemers gelijktijdig of achtereenvolgens werken.
Tijdens de op- en afbouw van een beurs zijn alle drie deze situaties mogelijk; één, twee, dan niet alle drie van toepassing. Er dient niet enkel naar de aard van werken te worden gekeken, maar ook naar de hoedanigheid van de organisator en alle actoren op het terrein! Het advies is daarom dit eerst duidelijk te stellen in het veiligheidsdossier.
Wie verzekert dan de veiligheidscoördinatie voor een beurs?
Laat het eerst duidelijk zijn dat het in elk van voorgaande situaties verplicht is het veilig samenwerken te coördineren, op elk niveau: als werkgever, als standhouder indien eigen werknemers werken of derden worden ingehuurd, als venue owner dewelke ook werknemers op de vloer heeft en als organisator voor eigen medewerkers, werken die hij laat uitvoeren en de algemene organisatie en gemeenschappelijke risico’s waarover hij beslissings- of controlemacht heeft. Wettelijke verantwoordelijkheid kan niet vrij worden doorgeschoven. Een beursreglement of huisregels volstaan niet als veiligheids- en gezondheidsplan.
De situatie moet op alle niveaus worden beoordeeld. Om wat structuur in de aanpak te krijgen:
- Eerst dient nagegaan worden per constructie of een samenhangend bouwproject of TMB van toepassing is, waarna de opdrachtgevers worden geïdentificeerd en eventueel een veiligheidscoördinator wordt aangesteld.
- Daarnaast moet voor de hele beurs de coördinatie worden verzekerd omdat talrijke ondernemingen en zelfstandigen gelijktijdig of achtereenvolgens in dezelfde ruimte werken.
Twee met elkaar verbonden coördinatieniveaus
Zijn er standen of samenhangende bouwprojecten die onder toepassingsgebied van TMB vallen, dient de aangestelde veiligheidscoördinator (in ontwerp en verwezenlijking) rekening te houden met de niet-bouwwerkzaamheden.
De werkgever van de inrichting – venue owner en organisator, al dan niet dezelfde partij – neemt een sleutelpositie in omdat hij het overzicht moet hebben over alle aannemers die in de inrichting werkzaamheden verrichten. Is de organisator huurder, zal deze de nodige gegevens en documenten verzamelen op zijn niveau. In elk geval houden ze bij hun informatie- en coördinatieplicht rekening met de risico’s van de standenbouwers die bouwactiviteiten met bepaalde risico’s verrichten (TMB).
Conclusie
Er moeten aldus duidelijke informatie- en overleglijnen bestaan tussen veiligheidscoördinatoren, preventieadviseurs en de algemene beursorganisatie. TMB spreekt over de ‘opdrachtgever van de bouwwerken’ hetgeen bij een beurs de organisator kan zijn voor gemeenschappelijke infrastructuur die hij laat bouwen. Voor de standen treden de standhouders als afzonderlijke opdrachtgever op, waarbij zij op juridisch correcte wijze een veiligheidscoördinator aanstellen. De regelgeving voorziet niet uitdrukkelijk in één centrale veiligheidscoördinator omdat ze zich binnen dezelfde beurslocatie bevinden.
Vanuit preventieoogpunt is het uiteraard bijzonder relevant dat dezelfde persoon als coördinator voor alle betrokken standen zou worden aangesteld. Dit zou enkel kunnen wanneer alle actoren die volgens het KB TMB tot aanstelling zijn gehouden, dezelfde veiligheidscoördinator aanstellen. Via een beursreglement zou dit bijvoorbeeld gekaderd kunnen worden, met als voordeel dat één algemeen veiligheids- en gezondheidsdossier als overkoepelend instrument kan worden gebruikt, hetzij wel voldoende projectspecifiek per stand of constructie.
Elke situatie moet afzonderlijk en met gezond verstand worden beoordeeld, rekening houdende met de welzijnswet. Duidelijke, schriftelijke afspraken zijn nodig over de functie en taken van alle betrokkenen. Omdat de vraag wie nu de veiligheidscoördinator aan moet stellen bij zoveel betrokken actoren niet altijd eenvoudig en duidelijk is, werd de inhoud van dit artikel bevestigd door de AD Humanisering van de Arbeid van FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO), op vraag van onze veiligheidsadviseur Pascale Wienk (360 Solutions – Risk & Safety).
Meer informatie
Wie meer informatie wenst over deze regelgeving:
- FOD WASO – algemene beginselen – coördinatie op de arbeidsplaats
- FOD WASO – wijziging van de welzijnswet inzake het werken met derden
- FOD WASO – tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
Foto gemaakt met AI



