De Belgische eventsector werkt vandaag nog steeds zonder institutionele verankering. Dat veroorzaakt concrete problemen voor werkgevers, werknemers én beleidsmakers. Veel van de knelpunten waar onze bedrijven tegenaan botsen, zijn het rechtstreekse gevolg van een gebrek aan een duidelijke, officiële definiëring van onze sector. Het laten erkennen van de eventsector is dan ook één van de belangrijkste opdrachten van Event Confederation. Een proces van lange adem dat veel geduld en tijd vraagt, maar crucialer is dan ooit.
Waarom één definitie essentieel is
Omdat evenementen niet als afzonderlijk beleidsdomein erkend worden, en er ook geen definitie is, bestaat onze sector in de regelgeving slechts fragmentair. Het resultaat is een kluwen van federale en regionale regels die niet op elkaar zijn afgestemd.
Één universele definitie is noodzakelijk om:
- een gelijk speelveld te creëren voor alle spelers;
- gedeelde duurzaamheids-, veiligheids- en digitaliseringsnormen te bevorderen;
- symptoombestrijding in beleidsdossiers te voorkomen;
- uniforme regels en arbeidsvoorwaarden mogelijk te maken.
Hoewel dit evident klinkt, wordt deze vereenvoudiging nog te vaak tegengehouden of genegeerd door collega’s uit aanverwante sectoren, sociale partners en beleidsmakers.
De hardnekkige verwarring met cultuur en beleid
In veel dossiers wordt de eventsector verengd tot of verward met de cultuursector, wat leidt tot juridische onzekerheid en beleidsmatige inconsistentie. De verwarring is op verschillende niveaus zichtbaar.
In Vlaanderen alleen al wordt de eventsector sinds kort beschouwd als onderdeel van de sector entertainmenttechnologie (samen met media, gaming en cultuur). Daarnaast hanteert Vlaanderen ook nog de definitie van culturele creatieve sectoren, waaronder soms wel en soms niet de evensector valt. Initiatieven zoals het speerpuntcluster ENT.A, StageTech Flanders, Flanders Innovation & Technology en EventFlanders zijn op zich waardevol, maar staan (te) los van elkaar.
Flanders Investment & Trade werkt dan weer met de definitie Media & Entertainment, waaronder ze ook (een deel van) de eventsector rekenen. OVAM hanteert een heel aparte interpretatie van de eventsector waarbij ‘vermaak’ en ‘publiek toegankelijk’ centraal staan. Maar wat betekent dat voor B2B-congressen en vakbeurzen op het vlak van herbruikbaar cateringmateriaal? Het werkveld geeft terecht aan dat een kat haar jongen er niet meer in terugvindt.
Daarnaast zijn er ook absurde situaties in de wetgeving merkbaar. Denk aan de discussie rond de btw-verhoging van 6% naar 12% op “toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak”. Men wilde de eventsector treffen maar culturele evenementen uitsluiten. Deze bleken echter niet te definiëren, waardoor onofficieel steeds vaker wordt teruggegrepen naar het criterium van ‘gesubsidieerd’. Dit leidt tot absurde constructies die ook de ministers van Cultuur en Werk tot nadenken stemmen.
Het businessmodel is geen criterium
Het onjuist positioneren van cultuur tegenover evenementen vormt een kernprobleem. Het businessmodel achter een organisatie mag geen rol spelen bij de vraag of een entiteit tot de eventsector behoort. Dat geldt al zeker niet voor regelgeving rond duurzaamheid, veiligheid, digitalisering of arbeidsvoorwaarden.
De eventsector reikt immers veel verder dan louter commerciële bedrijven. De meeste festivals in ons land zijn vzw’s, en vrijwel alle steden en gemeenten organiseren ook publieksevenementen met een eigen evenementendienst en schepen van Evenementen. Event Confederation verenigt en vertegenwoordigt daarom (met trots) zowel organisaties uit de profit, non-profit én publieke sector.
De definitie van de eventsector
Event Confederation hanteert en verdedigt de volgende heldere definitie van evenementen: “Een georganiseerde gebeurtenis die tijdelijk is en op een publiek gericht. Een evenement kan een openbaar of besloten karakter hebben, groot of klein zijn, en terugkerend of eenmalig van aard. Een evenement is in ieder geval beperkt in de tijd. Voorbeelden van evenementen zijn onder meer congressen, beurzen, personeels- of publieksfeesten, sportwedstrijden, muziek- en theaterfestivals.”
Iedereen die evenementen organiseert of (in hoofdberoep) toelevert aan evenementen is actief in de eventsector. Het laten landen van deze definitie in een specifiek paritair comité, een decreet en gepaste NACE-codes is de sleutel. Het zal nodeloze discussies in het sociaal overleg voorkomen en duidelijke kaders scheppen voor kabinetten, beleidsmakers, rijksdiensten en agentschappen.
Waarom we dit nú moeten doordrukken
Het officieel laten erkennen en definiëren van de eventsector raakt aan de fundamenten van historisch gegroeide beleidsdomeinen zoals Cultuur, Toerisme, Sport en Lokale Economie. Dat maakt het traject complex, maar verre van onmogelijk.
We mogen dit dossier niet meer loslaten. Daarvoor is onze sector maatschappelijk en economisch te belangrijk geworden. Wat 20 jaar geleden begon als lokale feestjes, is vandaag uitgegroeid tot onze nationale trots en één van onze belangrijkste exportproducten. Onze expertise staat internationaal bekend als de absolute wereldtop, en maar liefst 87% van de Belgen geeft aan het belangrijk te vinden om evenementen te kunnen bezoeken.
Na een exponentiële groei van ondernemers, initiatieven en wereldwijde interesse is de tijd rijp: onze sector moet de officiële erkenning krijgen die het verdient.
Foto gemaakt met AI



