Het veilig plaatsen van springkastelen: complexer dan gedacht

In navolging van ons nieuwsbericht over de veiligheidsvoorschriften rond springkastelen ging Event Confederation eind juni samen met UNIZO en vertegenwoordiging vanuit de sector springkastelenverhuur in gesprek met de FOD Economie. Immers, de huidige richtlijnen betreffende de veiligheid rond springkastelen zijn niet enkel complex, ze zijn bovenal niet altijd eenduidig.

Veiligheidsnormen

Technisch zijn er twee belangrijke normen waarop de FOD Economie en de inspectie zich baseren, ongeacht het springkasteel op publiek- of privéterrein staat. Deze normen zijn echter niet publiek beschikbaar, maar kunnen wel aangekocht worden via het NBN:

  • de norm EN 14960 voor opblaasbare speelstructuren met eisen over verankeringspunten
  • de norm rond valmatten of valdempende ondergrond, EN 1177

De veiligheidsnormen omschrijven welke prestaties het materiaal moet garanderen. Zo moet elk verankeringspunt van het springkasteel en alle onderdelen van het verankerings- en/of ballastsysteem (zoals touwen, banden, metalen bevestigingen, pinnen en gewichten) een kracht van 1600 N kunnen weerstaan. De verhuurder moet kunnen aantonen dat dit het geval is, bv. aan de hand van documentatie van de fabrikant. Dit geldt ook voor de vereisten rond de plaatsing voor de organisator van het evenement. De norm zegt dat er minimum zes verankerpunten moeten zijn (daar kan de fabrikant niet van afwijken).

Het aanpassen van de norm voor bepaalde types evenementen kan echter niet. De FOD Economie is wel bereid om te bekijken welke impact het zou hebben wanneer de windkracht verlaagd wordt van 5 naar 4 Beaufort om minder gewicht/verankeringspunten te moeten gebruiken. De FOD Economie gaf aan dat normen nooit verplicht zijn, tenzij ze verplicht worden door een reglementering. Er moet wel steeds hetzelfde veiligheidsniveau als deze van de norm behaald worden. Dit impliceert dat het afwijken van de norm gecompenseerd moet worden door andere preventiemaatregelen. Dit kan aangetoond worden door het uitvoeren van de risicoanalyse zoals vereist in het KB uitbating van speelterreinen

Verantwoordelijkheden

De organisator van het evenement is altijd verantwoordelijk voor het aanbieden van een veilige dienst, ook als er springkastelen op de eventlocatie staan. Als de organisator een beroep doet op een verhuurder van springkastelen dan is de verhuurder eindverantwoordelijk voor het reglementair en veilig plaatsen van het springkasteel, indien hij dit zelf heeft geplaatst. Als de verhuurder onder druk wordt gezet door de organisator, dan blijft het zijn verantwoordelijkheid om de plaatsing te weigeren.

Door het plaatsen van een springkasteel wordt een tijdelijk “speelterrein” gecreëerd. Bijgevolg is het KB van 28/03/2001 betreffende de uitbating van speelterreinen van toepassing. De uitbater van het speelterrein is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn speelterrein. Meer info over deze reglementering: klik hier.

Inspecties en handhaving

Wat de handhaving betreft, hanteren alle inspecteurs dezelfde normen. Dat zou volgens de FOD Economie steeds tot dezelfde conclusies moeten leiden, ongeacht wie de controle uitvoert. Bij een hoog risico kan een springkasteel onmiddellijk worden stilgelegd. In andere gevallen kan eerst een waarschuwing worden gegeven, met een termijn om de situatie in orde te brengen. Bij evenementen kan die termijn in de praktijk neerkomen op dezelfde dag of de volgende dag. Als de waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan een minnelijke schikking volgen en dat bedrag kan hoger uitvallen bij betalende dan bij gratis evenementen.

Anderzijds zal de FOD Economie nooit (voorafgaande) goedkeuring geven voor een bepaalde installatie. De dienst voert enkel controles uit op het reglementair en veilig plaatsen van springkastelen en kan daarbij inbreuken vaststellen. Voorafgaande goedkeuring kan enkel worden gegeven door externe keuringsinstanties, maar die zijn niet gratis.

Frequently asked questions

Op vraag van Event Confederation gaf de FOD Economie aan bereid te zijn om een lijst met frequently asked questions (FAQ) op te maken. Op basis van vragen die regelmatig ontvangen worden over onder meer verankering, valdempende ondergrond zoals valmatten en de plaatsing van de blaasmotor. Er kon nog geen concrete timing worden gegarandeerd voor de publicatie of oplevering van deze FAQ. Tot de FAQ online komt, kan je voor verdere vragen best terecht bij het meldpunt van de FOD Economie.